This site uses javascript, some functionality and content is not working if javascript is disabled

Rockwool 133 - Uitvoeringsrichtlijnen

De lamellendekens op de juiste lengtemaat snijden:
- ronde luchtkanalen: (diameter + 2x dikte isolatie) x 3,14 + 30 mm
- rechthoekige kanalen: omtrek + 8x dikte isolatie + 30 mm

Voor kanalen met flensverbindingen wordt aanbevolen de isolatie op de exacte breedte tussen de flensverbindingen aan te brengen. Rockwool 133 mechanisch bevestigen m.b.v. plakstiften, lijmlaag, trekbanden,… naar keuze van de opdrachtgever.

Bij Rockwool 133 EF het schutvel over ongeveer 10 cm verwijderen. De lamellendeken goed op het kanaal positioneren en stevig aandrukken door een naar buiten gerichte wrijfbeweging. Overig schutvel in fasen verwijderen en goed aandrukken. Bij brede kanalen (≥ 1200 mm) of hoge verticale kanalen, dienen bijkomende mechanische bevestigingen te worden aangebracht. Bij risico op condensatie op de flens, een supplementaire losse strook over de flensverbinding heen plaatsen. Langs- en dwarsnaden afwerken met een zelfklevende aluminiumtape (bv. Rockwool Alufix; zie p.8) met een breedte van min. 75 mm.Ter plaatse van kanaalverbindingen ontluchtingsopeningen voorzien. 

 

Rockwool 133 EF

De zelfklevende laag van Rockwool 133 EF is vrij van organische oplosmiddelen. Rockwool 133 EF kan verwerkt worden bij temperaturen van +5°C tot +35°C. De te isoleren oppervlakken dienen droog, stof- en vetvrij te zijn bij toepassing van Rockwool 133 EF. 

 

Opslag

Opslag van Rockwool-lamellendekens dient op een droge en vorstvrije lokatie in de originele verpakking te gebeuren. Zelfklevende lamellendekens dienen maximaal 1 jaar na productiedatum verwerkt te zijn.




Rockwool Brandveilige isolatie